Altijd een beter antwoord

Als uw vraag hier niet wordt beantwoord, helpt onze technische assistentie u graag verder. Telefoonnummer: +49 731 1420-871

Algemene informatie

  • Please call up the online catalog at products.liqui-moly.com -> "Products" at the top of this page.
  • Enter the item number into the search field at the top, right-hand side of the page.
  • Select the desired product.
  • If you expand "Documents/data sheets", you can find the safety data sheets and product information to download there.

Motoroliën

Nee! Natuurlijk mag u altijd het overeenkomstige product van LIQUI MOLY gebruiken.

Om de motorolie van uw voertuig te kunnen bijvullen, hoeft u geen monteur te zijn. Let wel op een aantal belangrijke dingen:

  • Voordat er motorolie wordt bijgevuld, moet het oliepeil worden gecontroleerd. Hiervoor gebruikt u de bekende peilstok (meestal met een kleurtje kenbaar gemaakt in de opening waar de olie in wordt bijgevuld). Zorg dat het voertuig op een vlak oppervlak staat. Om het oliepeil te meten trekt u de peilstok uit de opening, veegt de aanhangende olie van het uiteinde af, steekt de stok nogmaals in de opening en trekt hem er dan nog eens uit. Nu kunt u het peil aflezen en naar behoefte olie bijvullen.
  • Het verschil tussen de markeringen MIN. en MAX. op de peilstok bedraagt over het algemeen één liter.
  • Zorg dat u het juiste type olie gebruikt. Mocht dit niet bekend zijn, dan helpt onze oliewegwijzer of onze technische assistentie u graag verder onder het nummer +49 731 1420-871.

Het oliepeil van de motor moet steeds kloppen. Want zowel te weinig als teveel olie kan voor behoorlijk wat schade aan de motor zorgen. Als er teveel olie wordt bijgevuld, dan kunnen hierdoor luchtbellen ontstaan. Die luchtbellen worden dan aangezogen door de oliepomp en door de motor naar de plekken gestuurd, waar smering moet plaatsvinden. Maar omdat lucht niet smeert, treedt er extra veel slijtage op die plaatsen op, waardoor de motor beschadigd kan raken.

Een ander probleem van teveel olie is dat de oliedruk te hoog wordt. Hierdoor kunnen afdichtingen, die de olie eigenlijk in de motor moeten houden, uit hun positie getrokken of beschadigd raken, waardoor de motor ondicht wordt.

De afkorting API staat voor American Petroleum Institute. Dit instituut bepaalt wereldwijd de keurings- en kwaliteitseisen voor smeerstoffen zoals bijv. motor- of transmissieolie.

Altijd wordt weer de vraag gesteld, welke motorolie geschikt is voor dieselmotoren. Vroeger bestond er inderdaad speciale olie voor dieselmotoren, maar dat is nu verleden tijd. Moderne motorolie kan zowel in benzine- als in dieselmotoren worden gebruikt. Belangrijk bij het kiezen van de juiste motorolie is juist de door de fabrikant gegeven specificatie of vrijgave. Als dezelfde specificatie of vrijgave op het etiket van de verpakking staat, kan de olie voor de betreffende motor worden gebruikt. Of het een benzine- of dieselmotor is, maakt niet uit.

Als een voertuig vooral korte afstanden rijdt, heeft dit tot gevolg dat het condenswater, dat door temperatuurverschillen ontstaat, met de olie vermengd raakt en niet verdampt. Deze olie-water-emulsie zet zich rondom de hele motor af. U ziet dit bij de vulopening in de vorm van lichtbruine smurrie. Om deze smurrie uit de motor te verwijderen, gebruikt u de olie-smurrie-spoeling van LIQUI MOLY.

De kleur van een olie zegt niets over de kwaliteit of de leeftijd ervan. Zo zijn er bijv. chemische toevoegingen die de oorspronkelijke kleur (barnsteen) van de olie veranderen en deze vaak donkerder maken.

Een algemene richtlijn voor het bijvullen van motorolie kunnen we niet geven. Het olieverbruik kan zelfs bij motoren van hetzelfde model enorm variëren. Zolang er geen automatische oliepeilcontrole in de auto geïntegreerd is, kunt u het oliepeil het beste na elke keer voltanken controleren en zonodig bijvullen.

Belangrijk bij het kiezen van de juiste motorolie is de door de fabrikant gegeven specificatie of vrijgave die in de bedieningshandleiding van het voertuig staat vermeld. Als deze op het etiket van een olie staat, kan de betreffende olie voor de motor in kwestie worden gebruikt. Als u het niet zeker weet, raadpleeg dan onze oliewegwijzer of vraag onze technische hulpdienst, die u graag verder helpt onder het nummer +49 731 1420-871.

Het oliepeil van motorolie wordt altijd in bedrijfswarme toestand gemeten. Dit zorgt ervoor dat de motor in het temperatuurbereik waarin hij zich meestal bevindt, optimaal van smeermiddel wordt voorzien.

In principe geldt, dat bij het kiezen van de olie voor een sneeuwfrees altijd het advies van de fabrikant moet worden opgevolgd. Onze ervaring is echter, dat onze Special Tec LL 5W-30 geschikt is voor de meeste sneeuwfrezen op de markt.

Vragen zoals „Wat te denken van een motoroliewissel pas na twee jaar?“ worden ons steeds weer gesteld. Zonder een grondige analyse in het laboratorium van de oude olie, kan de automobilist noch aan de hand van de kleur, noch door de olie tussen duim en wijsvinger te wrijven, de kwaliteit en toestand van de motorolie beoordelen. Wanneer het smeermiddel vervangen moet worden, kan door het voertuig zelf (variabel) worden bepaald, of door de fabrikant zijn vastgelegd op een bepaald gereden aantal kilometers of leeftijd. Bij een variabele vervangingsinterval geeft het voertuig zelf aan, wanneer de olie moet worden vervangen. Het aantal te rijden kilometers tot de volgende oliewissel kan eenvoudig in het menu van het voertuig worden nagekeken. Als er een vast interval is voorgeschreven, staat de datum meestal vermeld op de oliesticker onder de motorkap of in het serviceboekje van het voertuig.

Jazeker! Moderne motoren zijn uiterst complexe mechanische aggregaten. Ze vragen om een smeermiddel dat op het materiaal waaruit ze bestaan en hun specifieke eigenschappen is afgestemd, zodat ze aan de hoge eisen, de aan ze gesteld worden, kunnen voldoen. Als ze niet van het juiste smeermiddel worden voorzien, kan hierdoor extra slijtage optreden, waardoor de motor beschadigd kan raken.

Omdat er met name bij dieselmotoren, maar ook bij benzinemotoren roetdeeltjes in het oliecircuit zitten, is de olie vaak na de eerste omwentelingen van de motor zwart gekleurd. Maar dit is geen reden voor paniek, want de olie doet waar hij voor gemaakt is: hij reinigt! Hij neemt de roetdeeltjes in de motor op en transporteert ze vervolgens naar het oliefilter.

De minimale houdbaarheid van kleine verpakkingen bedraagt vijf jaar – deze moeten dan wel droog worden opgeslagen bij temperaturen tussen + 5 °C en + 30 °C en niet aan direct zonlicht worden blootgesteld. Ideaal om olie op te slaan is de kelder en niet de garage.

Volg altijd de aanwijzingen van de fabrikant van de gasinstallatie en van de motor op. Als de fabrikant algemenere specificaties vrijgeeft (bijv. ACEA C2/C3 of C4), dan zijn asarme oliën volgens deze specificaties bij het gebruik van gas beter. Bovendien is het goed om Cera Tec als olie-additief te gebruiken bij motoren die op lpg lopen. Optimaal is een dosering van 7 % tot 8 % in de motorolie.

2-Takt-olie lost compleet op in brandstof en ontmengt ook na langere tijd niet.

Bepalend voor de keuze voor een olie zijn de kwaliteit en de vrijgaves van de fabrikanten, niet de viscositeit. Deze informatie vindt u op het etiket van de verpakking. De aanduiding 5W-30 heeft alleen betrekking op hoe vloeibaar de olie bij een bepaalde temperatuur is, en is geen kwaliteitsaanduiding.

Ja! Motorolie moet altijd met andere motorolie mengbaar zijn, zodat er altijd bijgevuld kan worden. Wel is het zo dat – al naar gelang welke olie is bijgevuld – de kwaliteit c.q. de eigenschappen van de aanwezige olie veranderen.

Aan de motorolie wordt molybdeendisulfide toegevoegd. Dit antracietkleurige additief verandert de „normale“ kleur van de olie.

De vermengbaarheid van moderne motoroliën onderling, van welke soort dan ook, moet altijd mogelijk zijn. Want lang niet elke gemiddelde bestuurder weet welke motorolie door de garage is gebruikt.

Additieven

Ja, dit is met behulp van een veldtest met bedrijfsvoertuigen getest. Het Oil Additiv vermindert de slijtage met ca. 30 %.

Ja, onze additieven zijn zodanig op elkaar afgestemd, dat ze elkaar en het totale mengsel niet negatief beïnvloeden. Natuurlijk moet u zich wel aan de doseringsvoorschriften houden.

Ja, want Olieverlies-stop bevat weekmakers en viscositeitsverbeteraar. Het middel regenereert elastomeerafdichtingen en werkt bij hoge temperaturen licht viscositeitsverhogend. Dit zorgt voor een efficiëntere smering bij turboladerlagers.

ProductnaamArt.nr.
mtx Carburateur-Reiniger 5100300 ml voor maximaal 70 l
Injectiereiniger 5110300 ml voor maximaal 70 l
Kleppenreiniger  1014150 ml voor maximaal 75 l
Super Diesel Additief5120250 ml voor maximaal 75 l
Dieselspoeling5170500 ml voor maximaal 75 l
Diesel Roet Stop5180150 ml voor maximaal 50 l
Dieselsmeeradditief 5122150 ml voor maximaal 80 l
Diesel vloei-fit 5130150 ml voor maximaal 75 l

Nee, bij deze brandstoffen wordt de bestendigheid tegen lage temperaturen niet verbeterd.

Bij het gebruik van normale zomerdieselbrandstoffen die een lage-temperatuursbestendigheid van 0 °C hebben, wordt als u zich aan de dosering houdt door Diesel Fließ-Fit een verbetering bereikt van -6 ° tot -8 °C.

Bij in een oliebad lopende koppelingen kunnen per liter motorolie 20 ml additief worden bijgemengd. Dit voorkomt dat de koppeling gaat slippen. Van het gebruik van Motor Protect in koppelingen die in een oliebad lopen raden wij over het algemeen af.

Ja, Motor Protect kan in moderne Longlife-oliën zoals Synthoil Longtime Plus 0W-30 en Synthoil Longtime 0W-30 worden toegepast.

Het gebruik van Olieverlies-Stop in motoren met in de motorolie lopende koppeling kan door de additieven tot slippende koppelingen leiden. In dit geval ontraden wij het gebruik.

Meestal wel. LIQUI MOLY heeft echter ook een speciaal motorfietsprogramma, waarbij deze formule speciaal is afgestemd op het kleinere tankvolume van motorfietsen.

Smeermiddelen

2-Takt-olie lost compleet op in brandstof en ontmengt ook na langere tijd niet.

Nee! HLP-oliën zijn hydraulische oliën en niet voor gebruik in servobesturingen. In het ergste geval kan dit – juist bij lage temperaturen – tot uitval van de besturing leiden. Let daarom absoluut op de vrijgaves en specificaties van de fabrikant. De besturing is immers een veiligheidsrelevant onderdeel.

Ja!

Wetenswaardigheden

ACEA

Die ACEA (European Automobile Manufacturers‘ Association) ist seit 01.01.1996 die offizielle Nachfolgeorganisation der CCMC. Sie definiert die Qualität der Motorenöle entsprechend den Anforderungen der europäischen Motorenhersteller.

 

ADDITIVPAKET

Ein Additivpaket ist eine Mixtur aus verschiedenen chemischen Stoffen, welche die Eigenschaften des Motoröls auf unterschiedliche Art und Weise beeinflussen.

 

ALKALISCHE RESERVEN

Die alkalischen Reserven eines Öls neutralisieren saure Reaktionsprodukte, welche bei der Verbrennung von Kraftstoff entstehen.

 

API

Das American Petroleum Institute (API) legt weltweit die Qualitätsanforderungen und Prüfkriterien von Schmierstoffen fest. Europa bzw. europäische Hersteller sind hiervon größtenteils ausgenommen.

 

ATF

Sogenannte Automatic Transmission Fluids (ATF) besitzen einen definierten Reibwert und verfügen über einen hohen Viskositätsindex. Diese Öle werden hauptsächlich in Automatikgetrieben und Servolenkungen eingesetzt.

 

BASENZAHL

Die Basenzahl gibt in Motorenölen die Menge der alkalischen Reserven an. Bei Gebrauchtölen gibt die Basenzahl einen Hinweis auf den verbliebenen Rest noch nicht verbrauchter Additive.

 

CRACKEN

Beim Cracken werden lange Kohlenwasserstoffmoleküle gespalten. Diese zerbrochenen Molekülketten bilden das Ausgangsprodukt für synthetische Öle.

 

DESTILLIEREN

Beim Destillieren wird Rohöl unter atmosphärischem Druck erhitzt und in seine Bestandteile aufgetrennt.

 

DETERGENZIEN

Detergenzien sind waschaktive Substanzen, welche der Bildung von Ablagerungen vorbeugen, bzw. den Motor davon befreien. Zudem bilden Detergenzien die sogenannten alkalischen Reserven. 

 

DISPERGATOREN

Die im Motorenöl enthaltenen Dispergatoren umhüllen feste und flüssige Verschmutzungen im Öl und transportieren diese zum Ölfilter.

 

ENTPARAFFINIEREN

Beim Entparaffinieren werden Wachskristalle aus dem entsprechenden Destillat entfernt, um den Pour-Point (die niedrigste Temperatur, bei der das Öl gerade noch fließt, wenn es unter festgelegten Bedingungen abgekühlt wird) zu verbessern.

 

EP-ADDITIVE

Extreme-Pressure-Additive (EP) bilden unter hohem Druck und großer Hitze eine „Schutzschicht“ auf den Metalloberflächen.

 

FRICTION MODIFIER

Friction Modifier (FM) erzeugen schwache Bindungen an den Metalloberflächen und reduzieren oder erhöhen dadurch die Reibungseigenschaften eines Schmierstoffs.

 

GL

GL bedeutet „Gear Lubricant“ und kennzeichnet die Druckstabilität eines Getriebeöls nach API.

 

GRENZPUMPVISKOSITÄT

Die Grenzpumpviskosität beschreibt den Test zur Einteilung der Schmierstoffe in die jeweiligen SAE-Klassen Dabei darf die Viskosität der entsprechenden SAE-Klasse bei einer definierten Temperatur nicht überschritten werden, um das selbstständige Nachfließen des Schmierstoffs zu gewährleisten.

 

GRUNDÖL

Das Grundöl ist das Ausgangsprodukt für die Herstellung von Schmierölen. Grundöle (mineralisch, hydrocrack oder vollsynthetisch) werden durch verschiedene Raffinerieverfahren hergestellt.

 

HTHS-VISKOSITÄT

Unter High Temperature High Shear (HTHS) versteht man die dynamische Viskosität einer Flüssigkeit gemessen bei 150 °C unter Einfluss hoher Scherkräfte.

 

HYDROCRACK-GRUNDÖL

Hydrocrack-Grundöle werden auf Basis von Paraffin hergestellt. Diese Öle sind derzeit Stand der Technik und kommen u. a. in hochmodernen Benzin-/Dieselmotoren zum Einsatz.

 

HYDROCRACKEN

Beim Hydrocracken werden lange Molekülketten unter Beisein von Wasserstoff gespalten. Der eingesetzte Wasserstoff lagert sich an die offenen Kettenenden an und „repariert“ die Bruchstelle.

 

HYDROFINISHING

Als Hydrofinishing bezeichnet man bei der Herstellung von mineralischem Grundöl die Zugabe von Wasserstoff zur Erzielung von optimaler Alterungsstabilität.

 

JASO

Die Japanese Automotive Standards Organisation (JASO) teilt Schmieröle in verschiedene Klassen ein und findet hauptsächlich im Motorradbereich bzw. im asiatischen Raum ihre Anwendung.

 

KATALYTISCHES HYDROCRACKEN

Beim katalytischen Hydrocracken werden unter Beisein eines Katalysators (z. B. synthetische Aluminiumsilikate) und bei einer Temperatur von 500 °C die Molekülketten gespalten.

 

LSPI

Low-Speed-Pre-Ignition, tritt überwiegend in modernen kleinvolumigen Turbo-Benzinmotoren mit Direkteinspritzung auf. Partikel oder Öltropfen erhitzen sich beim Beschleunigen des Motors und bilden eine zusätzliche Zündquelle, die den Kraftstoff vor der regulären Entflammung durch die Zündkerze entzündet. Dies führt zum "Klopfen" und bis zu dreifachem Druckaufbau, was wiederum zum Motorschaden führen kann.

 

MINERALISCHES GRUNDÖL

Mineralische Grundöle sind ein direktes Produkt der Erdöldestillation. Diese Art der Grundöle findet in modernen Motoren keinen Einsatz mehr.

 

NAPHTA

Als Naphta wird Rohbenzin bezeichnet, welches ein Produkt der Erdöldestillation darstellt.

 

PARAFFIN

Als Paraffin werden Wachskristalle bezeichnet, welche ein Nebenprodukt der Herstellung von mineralischem Grundöl darstellen.

 

POUR-POINT

Der Pour-Point ist die niedrigste Temperatur, bei welcher das Öl gerade noch fließt, wenn es unter festgelegten Bedingungen abgekühlt wird.

 

POUR-POINT-DEPRESSANT

Ein Pour-Point-Depressant (PPD-Additiv) ändert die Struktur der Wachskristalle im Grundöl und verzögert deren Wachstum. Dadurch wird der Stockpunkt des Öls minimiert bzw. die Tieftemperatureigenschaft verbessert.

 

RAFFINIEREN

Als Raffinieren bezeichnet man das Entfernen/Umwandeln von unerwünschten Bestandteilen aus Vakuumdestillaten.

 

RÜCKWÄRTSKOMPATIBEL

Als rückwärtskompatibel bezeichnet man eine Spezifikation oder Freigabe, welche die vorhergehende (dann veraltete) Spezifikation oder Freigabe erfüllt und übertrifft.

 

ROHÖL

Rohöl ist ein hauptsächlich aus Kohlenwasserstoffen bestehendes Gemisch, welches durch den Zersetzungsprozess organischer Stoffe entstanden ist.

 

SAE INTERNATIONAL

Die SAE International (ehem. Society of Automotive Engineers) gibt die in der Automobilindustrie gültigen Viskositätsklassen für Motoren- und Getriebeöle vor, nach denen sich die Hersteller weltweit richten.

 

VAKUUMDESTILLATION

Bei der Vakuumdestillation werden unter vermindertem Druck Rückstände aus der Destillation weiter getrennt. Durch das Vakuum kann der Siedepunkt um ca. 150 °C abgesenkt und damit ein Cracken der Moleküle verhindert werden.

 

VISKOSITÄT

Die Viskosität ist der Widerstand (innere Reibung) einer Flüssigkeit. Je höher der Widerstand, desto zähflüssiger das Öl. Die Viskosität bei Motor- und Getriebeölen wird nach SAE angegeben.

 

VISKOSITÄTSINDEX

Der Viskositätsindex (VI) beschreibt das Viskosität-/Temperaturverhalten eines Öls. Je höher der VI, desto geringer die Viskositätsänderung über den gesamten Temperaturbereich.

 

VISKOSITÄTSINDEXVERBESSERER

Unter Viskositätsindexverbesserer versteht man Polymere, welche so gebaut sind, dass sie die temperaturabhängige Viskositätsänderung eines Öls beeinflussen.

 

VOLLSYNTHETISCHES GRUNDÖL

Als vollsynthetische Grundöle bezeichnet man Öle auf Basis von Polyalphaolefin. Diese werden synthetisch hergestellt und sind sehr temperatur- und alterungsstabil.

Aardolie is afkomstig uit dood plankton, dat miljoenen jaren geleden op de zeebodem is gezonken. Daaroverheen hebben zich in de loop der tijd zand en steen afgezet. Door deze ondoordringbare laag vond onder zuurstofafsluiting, druk en warmte de omzetting van deze "levende wezens" in aardolie plaats. De basisbouwsteen van aardolie zijn koolwaterstofverbindingen, die in verschillende ketenlengten (C5 – C100) kunnen optreden.

Basisoliën zijn het uitgangsproduct voor de fabricage van allerlei soorten smeeroliën. De verschillende basisoliën (minerale, hydrocrack of volledig synthetische) worden door verschillende raffinaderijprocessen (zie tekening) geproduceerd.

De minerale basisolie vormt de eenvoudigste en oudste vorm van de basisoliën. Bij de productie dient de hierboven beschreven ruwe olie als direct uitgangsproduct. De ruwe olie wordt verwarmd en gescheiden in zijn componenten (gedestilleerd). Vervolgens worden ongewenste en schadelijke bestanddelen uit het destillaat gehaald door het raffinageproces resp. door het ontparaffineren. Bij het uiteindelijke hydro-finishing wordt aan het raffinaat doelgericht waterstof toegevoerd, die de open moleculaire ketens “repareert” en zo de verouderingsstabiliteit aanzienlijk verhoogt.

De volledig synthetische basisolie wordt hoofdzakelijk door zijn zeer goede thermische stabiliteit en verouderingsweerstand gekenmerkt. Zo krachtig het is, zo complex is ook de productie. Het uitgangsproduct is het zogenaamde nafta (benzine zonder additieven). De vloeibare nafta wordt in de erste stap gekraakt, wat betekent dat de moleculaire ketens (C5 – C12) worden gesplitst en tot een lengte van C2 worden gebroken. De voormalige vloeistof is nu gasvormig. In het daaropvolgende syntheseproces worden de korte moleculaire ketens (C2) tot lange moleculaire ketens (C20 – C35)  samengesteld en door het toevoeren van waterstof (hydreren) “verzegeld”.

De hydrocrack-basisolie combineert de positieve eigenschappen van minerale en volledig synthetische basisoliën. Dit type basisolie biedt een zeer goede thermische stabiliteit en weerstand tegen veroudering bij gelijktijdig absolute materiaalcompatibiliteit. De basis voor hydrocrack-basisoliën is de paraffine die wordt verkregen bij de productie van minerale olie. De paraffine bestaat uit lange ketens van moleculaire verbindingen (> C35). Deze worden in aanwezigheid van een katalysator bij een druk van 70 - 200 bar en temperaturen tot 500 °C gesplitst en tot een bruikbare lengte van C20 – C35 korter gemaakt (katalytisch hydrocracken). Vervolgens wordt de vloeistof onder vacuüm gedestilleerd om het kraken van de moleculaire ketens te voorkomen. In de laatste stap worden eventuele paraffineresiduen verwijderd.

Vandaag de dag is de basisolie alleen voor moderne motoren verre van voldoende om aan de vele taken, die de smeermiddelen van vandaag moeten hebben, te kunnen voldoen. Voor een betrouwbare smering en soepele werking worden additieven (toevoegingen) aan de basisoliën toegevoegd. Met behulp van deze additieven kunnen bepaalde eigenschappen van de olie worden verbeterd of er kunnen volledig nieuwe eigenschappen worden bereikt. De lijst van de hierbij gebruikte additieven is verschillend en lang. Afhankelijk van de eisen worden de afzonderlijke stoffen in een additiefpakket gecombineerd. Dit pakket wordt toegevoegd aan de verwarmde basisolie (70-75 °C) totdat het volledig in de olie is opgelost. Met moderne motoroliën kan het percentage van additieven meer dan 30% bedragen, bij eenvoudige oliën minder dan 1%.

 

Principieel zijn er twee soorten additieven:

  • Additieven, die op de basisolie werken, bijv. Pour-Point verbeteraars, antischuim-additieven of viscositeitsindexverbeteraars.
  • Additieven, die op de materiaaloppervlakken (lagers, cilinders … ) werken, bijv. hechtingsverbeteraars of Friction Modifier (wrijvingsverbeteraars).

De volgende tabel geeft een overzicht van de eigenschappen van een olie die door additieven kunnen worden beïnvloed.

Detergentia zijn reiniging-actieve stoffen (oppervlakte-actieve stoffen) in de olie, die de vorming van afzettingen verhinderen of uit de motor verwijderen. Zijn deze werkzame stoffen bijv. door overschreden olieverversingsintervallen verbruikt, dan worden er veel afzettingen gevormd (zie beeld). Als gevolg hiervan neemt de slijtage in de motor meetbaar toe en de motor kan beschadigd raken.

Extreme-Pressure-additieven (EP-additieven) worden aan de olie in de vorm van bijv. zwavel- of fosforverbindingen toegevoegd om het aan elkaar smelten door hoge druk of belastingen van de wrijvingspartners te voorkomen.In dit geval zijn EP-additieven in smeermiddelen onontbeerlijk. Onder hoge druk of belastingen ontstaan in het smeermiddel hoge temperaturen. Hierbij wordt zwavel (zwavelcarrier) of een fosforzuurderivaat (fosforbevattende verbindingen) uit het EP-additief vrijgemaakt. Onder deze omstandigheden reageert de vrijkomende stof onmiddellijk met het metaaloppervlak tot metaalsulfiden of

fosfaten. Deze verbindingen vormen op het metaaloppervlak lagen, die onder hoge druk lamellenvormig worden afgeschoven. Dit voorkomt het aan elkaar smelten en dus het invreten van metalen oppervlakken.

Het PPD-additief wordt gebruikt om het vloeipunt van het smeermiddel te verlagen en dus de eigenschappen bij lage temperaturen te verbeteren. De waxkristallen in de basisolie worden door het additief in hun structuur gemodificeerd en de groei bij lage temperaturen worden aanzienlijk vertraagd.

Viscositeitsindexverbeteraars zijn polymeren met hoog molecuulgewicht (combinatie van macromoleculen) die zodanig zijn ontworpen, dat deze de temperatuurafhankelijke viscositeitsverandering van een olie beïnvloeden. Het polymeer trekt bij lage temperaturen samen. Als gevolg hiervan wordt de weerstand, die het polymeer tegenstand biedt aan een binnendringend lichaam, minder en wordt de viscositeitsverandering van de basisolie gecompenseerd.

 

Grafisch ziet deze wijze waarop het werkt er als volgt uit:

Een ongewenst bijproduct van de circulatiesmering is het opnemen van kleine luchtbellen in de motorolie. Antischuimadditieven zorgen voor een duidelijke vermindering van het schuim dat wordt gevormd tijdens de circulatie van olie (luchtopname).

Om de juiste motorolie te kiezen, zijn er twee soorten informatie nodig. Aan de ene kant is het de viscositeit, aan de andere kant de vereiste kwaliteit. In de afgelopen decennia zijn er verschillende organisaties voor deze classificaties voortgekomen:

 

  • SAE (Society of Automotive Engineers)
  • API (American Petrol Institute)
  • ACEA (Association des Constructeurs Européens d’Automobiles)
  • ILSAC (International Lubricant Standardization and Approval Committee)
  • JASO (Japan Automobile Standards Organization)

De bekende Europese auto- en motorfabrikanten (Mercedes-Benz, BMW, VW ...) richten zich voor viscositeitsgegevens naar SAE en voor kwaliteitsgegevens naar ACEA. De motoroliën die worden gebruikt voor importvoertuigen die zijn ontwikkeld buiten Europa (Toyota, Mitsubishi, Chrysler ...) richten zich voornamelijk naar API of ILSAC en SAE en bij dieselvoertuigen met DPF steeds meer naar ACEA.

De viscositeit geeft alleen informatie over de viscositeit (interne wrijving) van een olie en definieert daarom geen kwalitatieve eigenschappen. Dit betekent dat een olie die voldoet aan een SAE-viscositeit een voorgeschreven vloeigedrag bij verschillende temperaturen heeft. De viscositeit wordt onderverdeeld in het koude startbereik met het achtervoegsel “W” (bijv. 5W). Hoe kleiner het getal voor de “W”, hoe meer vloeibaar de olie is bij lage temperaturen. Voor het bedrijfswarme bereik geldt het getal zonder achtervoegsel (bijv. 30). Hoe hoger het getal, hoe dikker de olie is, gemeten bij 100 °C.

 

Tot welke lage temperatuur een motor-/transmissieolie kan worden gebruikt, hangt af van de mogelijke grenspomptemperatuur resp. de lage temperatuurviscositeit.

Het American Petrol Institute onderscheidt in principe twee soorten motoroliën. Enerzijds motoroliën voor benzinemotoren (S-Spark Ignition) anderzijds motoroliën voor dieselmotoren (C-Compression Ignition). De letter die volgt op de eerste letter “S resp. C” bijv. “J” of “L”, definieert de kwaliteit van het smeermiddel. Hoe verder deze letter in het alfabet staat, hoe hoger de kwaliteit is van de motorolie. De hogere specificaties, zoals API SN Plus of SP kunnen volgens API zonder bezwaar gebruikt worden voor de vorige classificaties, bijv. API SM. De nieuwste API SP en de API  N Plus evatten bovendien LSPI-tests. Voor de API SN Plus-classificatie is er ook de toevoeging “+ RC”, wat staat voor extra brandstofbesparing. Bij motoroliën voor dieselmotoren kan ook een “-4” opgenomen zijn. Deze toevoeging kenmerkt de geschiktheid voor grootvolume 4-takt-dieselmotoren, bijv. vrachtwagens of bussen (Heavy Duty). API CF-2 staat voor de kwaliteit van een 2-takt dieselmotorolie. In 2016 werd de API F geïntroduceerd als een nieuwe onafhankelijke dieselspecificatie voor emissie- en brandstofbesparing. Deze nieuwe specificatie mag alleen worden gebruikt in motoren ie er speciaal voor zijn geconstrueerd. De API FA-4 is voor xW-30 oliën met verlaagde HTHS-viscositeit en niet compatibel met API Cx-4-klassen.

De European Automobile Manufacturers‘ Association vormt de olienorm voor Europese voertuig-resp. motorfabrikanten. Hierbij wordt-net als olgens
API-onderscheid gemaakt tussen olie voor benzinemotoren (A) en lichte dieselmotoren (B, C). In tegenstelling tot API heeft bij ACEA elke categorie  ijn eigen categorie en kan niet achterwaarts compatibel worden gebruikt.

 

5.3.1 Benzine- en dieselmotoren van personenauto’s

 

A1/B1   Hoogwaardige motorolie voor benzine- en dieselmotoren, zgn. Fuel-Economy-motorolie met bijzonder lage High Temperature- High-Shear-viscositeit (2,9 - 3,5 mPa*s). Gereserveerd voor de viscositeitsklasse xW-20. Ongeldig sinds 12/2016.
A3/B4   Hoogwaardige motorolie voor benzine- en dieselmotoren, overtreft en vervangt conventionele motoroliën zoals ACEA A2/B2 resp. A3/B3 en kan voor langere verversingsintervallen worden gebruikt.
A5/B5   Hoogwaardige motorolie voor benzine- en dieselmotoren, zgn. Fuel-Economy-motoroliën met bijzonder lage High-Temperature-High-Shear-viscositeit (2,9 – 3,5 mPa*s). Gereserveerd voor de viscositeitsklassen xW-30.

 

5.3.2 Dieselmotoren met dieselpartikelfilter voor personenauto's

 

C1   Categorie voor Low-SAPS-olie met een lagere HTHS-viscositeit ≥ 2,9 mPa*s, lage viscositeit, performance als A5 / B5, maar met zeer
beperkte percentages sulfaatas, fosfor, zwavel.
C2   Categorie voor Mid-SAPS-olie met verlaagde HTHS-viscositeit ≥ 2,9 mPa*s, lage viscositeit, performance als A5/B5, met beperkte, maar hogere percentages sulfaatas, fosfor, zwavel in vergelijking met C1.
C3   Categorie voor Mid-SAPS-olie met een hoge HTHS-viscositeit≥ 3,5 mPa*s, lage viscositeit, performance als A3/B4, met beperkte, maar hogere percentages sulfaatas, fosfor, zwavel in vergelijking met C1.
C4   Categorie voor Low-SAPS-olie met hogere HTHS-viscositeit≥ 3,5 mPa*s, lage viscositeit, performance als A3/B4, met dezelfde percentages sulfaatas en zwavel, bij verhoogde percentage fosfor in vergelijking met C1
C5   Categorie voor Mid-SAPS-olie met sterk verlaagde HTHS-viscositeit 2,6 – 2,9 mPas*s,, voor nog betere en optimale brandstofbesparing  voor voertuigen met de nieuwste uitlaatgasbehandelingssystemen, alleen voor motoren met overeenkomstige technische voorwaarden.

 

5.3.3 Dieselmotoren voor bedrijfswagens

 

E1/E2   Categorieën niet actueel.
E3   Categorie is bij ACEA E7 inbegrepen
E4   Gebaseerd op de MB 228.5, verlengde olieverversing mogelijk, geschikt voor Euro-3-motoren.
E5   Categorie is bij ACEA E7 inbegrepen.
E6   Categorie voor AGR-motoren met/zonder dieselpartikelfilter (DPF) en SCR-NOx-motoren. Aanbevolen voor motoren met dieselpartikelfilter in combinatie met zwavelvrije brandstof. Percentage sulfaat max. 1%.
E7   Categorie voor motoren zonder dieselpartikelfilter (DPF) van de meeste AGR-motoren en de meeste SCR-NOx-motoren. Percentage sulfaat max. 2 %.
E9   Categorie voor motoren met/zonder dieselpartikelfilter (DPF) van de meeste AGR-motoren en de meeste SCR-NOx-motoren. Aanbevolen voor motoren met dieselpartikelfilter in combinatie met zwavelvrije brandstof. Percentage sulfaat max. 1%.

Het International Lubricants Standardization and Approval Committee is bij de classificatie van motoroliën sterk gebaseerd op de classificatie volgens API. Om deze reden zijn er zes classificatie klassen voor benzinemotoren voortgekomen. Met dieselmotoren is bij ILSAC geen rekening gehouden.

ILSAC

 

GF-1   Introductiejaar 1996, vergelijkbaar met API SH, categorie niet actueel
GF-2   Introductiejaar 1997, vergelijkbaar met API SJ
GF-3   Introductiejaar 2001, vergelijkbaar met API SL
GF-4   Introductiejaar 2004, vergelijkbaar met API SM
GF-5   Introductiejaar 2010, vergelijkbaar met API SN
GF-6   Introductiejaar 2020, vergelijkbaar met API SP

De Japan Automobile Standards Organization definieert voornamelijk de criteria voor oliën voor tweewielers. Daarbij worden verhoogde eisen  esteld aan wrijvingsgedrag (natte koppeling), afschuifstabiliteit en afbrandingsgedrag. De JASO en de API-classificaties treden altijd samen op het gebied van tweewielers op. Er zijn ook specificaties voor personenvoertuigen en bedrijfswagens.

 

JASO

 

DH-1       Japanse prestatieclassificatie voor dieselmotorolie, geïntroduceerd in 2000
DH-2   Prestatieclassificatie zoals DH-1 maar voor uitlaatgasnabehandelingssystemen, max. 50 ppm dieselzwavelgehalte
     
DL-1   Prestatieclassificatie zoals DH-1 maar vooral voor personenvoertuigen met uitlaatgasnabehandelingssystemen, max. 50 ppm dieselzwavelgehalte
     
Voor motorfietsspecificaties zie punt 8 "Specificaties van de fabrikanen van motorfietsen"

Uitgaande van Europese autofabrikanten, zijn hun voorgeschreven fabrikantspecificaties gebaseerd op de motorentests van de ACEA. Om de goedkeuring van een fabrikant voor een bepaalde olie te verkrijgen, moeten in aanvulling op de respectievelijke ACEA-testprocedure aan verdere motoronderzoeken en eisen worden voldaan. Een overzicht, welke specificaties van de fabrikant op de ACEA-classificatie is gebaseerd, vindt u op de volgende pagina.

 

Vrijgaven voor BMW-motoren

 

Longlife-98   Basis ACEA A3/B3, toepasbaar vanaf modeljaar ´98, Ongeldig – wordt vervangen door Longlife-01
Longlife-01   Basis ACEA A3/B4, toepasbaar vanaf modeljaar ´01, voor benzine- en dieselmotoren zonder DPF
Longlife-04   Basis ACEA C3, toepasbaar vanaf modeljaar ´04
Longlife-12 FE   Basis ACEA C2, toepasbaar vanaf modeljaar ´13, verlaagde HTHS-viscositeit, niet achterwaarts compatibel, alleen voor geselecteerde motoren
Longlife-14 FE+         Basis ACEA A1/B1, toepasbaar vanaf modeljaar ´14, verlaagde HTHS-viscositeit, niet achterwaarts compatibel, alleen voor geselecteerde motoren
Longlife-17 FE+   Basis ACEA C5, bruikbaar vanaf modeljaar ´14, verlaagde HTHS-viscositeit, inclusief Longlife-14 FE +, alleen voor geselecteerde benzinemotoren

 

Vrijgaven voor Fiat-, Alfa Romeo-, JEEP- en Lancia-motoren

 

9.55535-CR1   Basis ILSAC GF-5 resp. API SN, viscositeitsklasse 5W-20
9.55535-DS1   Basis ACEA C2, viscositeitsklasse 0W-30
9.55535-DM1   Basis ACEA C5, volledig synthetisch, speciale ontwikkeling voor 1.3 Multijet AdBlue-motoren
9.55535-G1   Basis ACEA A1 resp. A5, viscositeitsklasse 5W-30, speciale ontwikkeling voor CNG-motoren
9.55535-G2   Basis ACEA A3, viscositeitsklassen 10W-40 en 15W-40, toepasbaar in oudere Ottomotoren
9.55535-GH2   Basis ACEA C3, viscositeitsklasse 5W-40, speciale ontwikkeling voor “1750 Turbo motor”
9.55535-GS1   Basis ACEA C2, viscositeitsklasse 0W-30, speciale ontwikkeling voor 0.9 Twin Air (Turbo) motor
9.55535-GSX   Basis ILSAC GF-5 of API SN, viscositeitsklasse 0W-20
9.55535-H2   Basis ACEA A3, viscositeitsklasse 5W-40, geschikt voor verlengde verversingsintervallen
9.55535-M2    Basis ACEA A3/B4, viscositeitsklassen 0W/5W-40, geschikt voor verlengde verversingsintervallen
9.55535-N2   Basis ACEA A3/B4, viscositeitsklasse 5W-40, geschikt voor benzine- en dieselturbomotoren
9.55535-S1   Basis ACEA C2, viscositeitsklasse 5W-30, geschikt voor Otto- en dieselturbomotoren met WIV
9.55535-S2   Basis ACEA C3, viscositeitsklasse 5W-40, geschikt voor Otto- en dieselmotoren met WIV
9.55535-S3   Basis ACEA C3, viscositeitsklasse 5W-30, speciale ontwikkeling voor Chrysler, Jeep en Lancia
9.55535-S4   Basis ACEA C4, viscositeitsklasse 5W-30
9.55535-T2   Basis ACEA C3, viscositeitsklasse 5W-40, speciale ontwikkeling voor gasmotoren
9.55535-Z2   Basis A3/B4, viscositeitsklasse 5W-40, speciale ontwikkeling voor Twin-Turbodieselmotoren
Abarth 0101   Geen ACEA Performance Level, viscositeitsklasse 10W-50, speciale vrijgave voor Abarth-motoren

 

Vrijgaven voor Ford-motoren (UITTREKSEL)

 

WSS-M2C-913-D   Basis ACEA A5 / B5, vervangt WSS-M2C-913-A, B en C
WSS-M2C-925-B   Basis API SM, achterwaarts compatibel met WSS-M2C-925-B, wordt vervangen door WSS-M2C-948-B
WSS-M2C-917-A   Basis ACEA A3 / B4, tegenhanger van VW 505 01
WSS-M2C-934-B   Basis ACEA C1, viscositeitsklasse 5W-30
WSS-M2C-925-A   Basis ACEA A1 / B1, A5 / B5 en ILSAC GF-3, viscositeitsklasse 5W-20
WSS-M2C-925-B   Basis ACEA A5 / B5, viscositeitsklasse 5W-20, sterk verlaagde HTHS-viscositeit
WSS-M2C-930-A   Basis ILSAC GF-4, viscositeitsklasse 5W-20, sterk verlaagde HTHS-viscositeit
WSS-M2C-937-A   Basis ACEA A3 / B4, viscositeitsklasse 0W-40, speciaal voor Focus RS    
WSS-M2C-945-A & B1   Basis ILSAC GF-5, viscositeitsklasse 5W-20, sterk verlaagde HTHS-viscositeit    
WSS-M2C-946-A & B1   Basis ILSAC GF-5, viscositeitsklasse 5W-30    
WSS-M2C-947-A & B1   Basis ILSAC GF-5 en API SN, viscositeitsklasse 0W-20, sterk verlaagde HTHS-viscositeit    
WSS-M2C-948-B   Basis API SN, speciaal ontwikkeld voor Ford EcoBoost-motoren    
WSS-M2C-950-A   Basis ACEA C2, speciaal ontwikkeld voor Euro 6 TDCimotoren, viscositeitsklasse 0W-30    

 

Vrijgaven voor Mercedes-Benz-motoren

 

MB-vrijgave 229.1   Voor alle personenauto's tot 03/2002, wordt vervangen door MB 229.3
MB-vrijgave 229.3   Voor intervallen tot 30.000 km, wordt vervangen door MB 229.5
MB-vrijgave 229.5   Scherpere eisen als bij 229.3, intervallen tot 40.000 km mogelijk
     
MB-vrijgave 229.31   Eisen als bij 229.3 echter as-arm, wordt vervangen door MB 229.51
MB-vrijgave 229.51   Eisen als bij 229.5 echter as-arm, wordt vervangen door MB 229.52
MB-vrijgave 229.52   Verhoogde eisen aan de oxidatiestabiliteit en brandstofbesparing
     
MB-vrijgave 229.6   Basis ACEA A5/B5, niet achterwaarts compatibel, alleen voor geselecteerde motoren
MB-vrijgave 229.61   Basis ACEA C2
MB-vrijgave 229.71   Basis ACEA C5, niet achterwaarts compatibel, alleen voor geselecteerde motoren
MB-vriigave 226.5   Gebaseerd op Renault RN0700
MB-vrijgave 226.51   Gebaseerd op Renault RN0720
     
INFO: 2 cijfers na de punt = verminderde as voor uitlaatgasnabehandelingssystemen

 

Vrijgaven voor Opel-motoren

 

GM LL-A-025   Basis ACEA A3/B3, specificatie voor benzinemotoren, verouderd, vervangbaar door GM Dexos2
GM LL-B-025   Basis ACEA A3/B4, specificatie voor dieselmotoren, verouderd, vervangbaar door GM Dexos2
GM Dexos 2   Basis ACEA C3, bruikbaar voor alle motoren vanaf modeljaar ´10, is gedeeltelijk vervangen door OV040115470
GM Dexos 1 Gen.2             Basis API SN-RC, viscositeitsklassen 0W-20, 5W-20 en 5W – 30 specificatie voor benzine-Otto motoren met directe 
injectie en LSPI problemen
OV0401547   Basis ACEA C5, sterk verlaagde HTHS-viscositeit, alleen voor geselecteerde motoren, vervangt bij sommige motoren GM Dexos1 Gen.2 of GM Dexos2

 

Vrijgaven voor Peugeot-motoren

 

PSA B71 2290   Basis ACEA C3 met de viscositeitsklasse 5W-30
PSA B71 2295   Basis ACEA A2/B2 voor motoren voor modeljaar 1998, geen viscositeit gedefinieerd
PSA B71 2296   Basis ACEA A3/B4 met de viscositeitsklassen 0W-30, 0W-40, 5W-30 en 5W-40
PSA B71 2297   Basis ACEA C3 met de viscositeitsklassen xW-30 en xW-40
PSA B71 2300   Basis ACEA A3/B4 met de viscositeitsklasse xW-40, xW-50
PSA B71 2312   Basis ACEA C2 met de viscositeitsklasse 0W-30

 

Vrijgaven voor Porsche-motoren

 

A 40   Basis ACEA A3 met de viscositeitsklassen 0W-40 en 5W-40, voor benzinemotoren vanaf 1994 
C 20   Basis ACEA C5, komt overeen met VW 508 00/509 00, niet achterwaarts compatibel, alleen voor geselecteerde motoren
C 30   Basis ACEA C3, komt overeen met VW 504 00/507 00
C 40      Basis ACEA C3, komt overeen met VW 511 00, voor benzine-Ottomotoren met roetfilters (vanaf modeljaar 2019), niet achterwaarts compatibel

 

Vrijgaven voor Renault-motoren

 

RN 0700   Basis ACEA A3/B4, toegelaten voor alle Renault-benzinemotoren
RN 0710   Basis ACEA A3/B4, toegelaten voor alle Renault-dieselmotoren zonder roetfilter
RN 0720   Basis ACEA C4, toegelaten voor alle Renault-dieselmotoren met roetfilter vanaf modeljaar ´10
RN 17   Basis ACEA C3, toegestaan voor alle dieselmotoren vanaf modeljaar 2018, vervangt RN 0700 en RN 0710
RN 17 FE   Basis ACEA C5, zoals RN 17 + brandstofbesparing

 

Vrijgaven voor VW-motoren

 

VW 500 00      Multigrade olie met de viscositeitsklassen SAE 5W-X/10W-X, wordt vervangen door VW 501 01
VW 501 01   Multigrade olie met de viscositeitsklassen SAE 5W-X/10W-X, wordt vervangen door VW 502 00
VW 502 00   Multigrade olie voor hogere eisen
VW 503 00   Longlife-specificatie voor benzinemotoren, basis ACEA A1, viscositeitsklassen 0W-30/5W-30
VW 503 01   Longlife-specificatie voor hoog-geladen benzinemotoren, viscositeitsklasse 5W-30
VW 505 00   Multigrade olie voor zuig- en turbodieselmotoren
VW 505 01   Multigrade olie voor pomp-sproeier-motoren, basis ACEA B4, viscositeitsklasse 5W-40
VW 506 00   Longlife-specificatie voor hoog-geladen dieselmotoren, viscositeitsklasse 0W-30
VW 506 01   Longlife-specificatie voor pomp-sproeier-motoren
     
INFO: Alle VW-goedkeuringen van 500 00 tot 506 01 worden vervangen door VW 504 00 en VW 507 00 (behalve R5- en V10 TDI-motoren voor 6 / 2006)
     
VW 504 00   Specificatie voor benzinemotoren met en zonder Longlife-service, vervangt alle boven vermelde benzinespecificaties
VW 507 00   Specificatie voor dieselmotoren met en zonder Longlife-service, vervangt alle boven vermelde dieselspecificaties
(uitzondering R5- en V10 TDI-motoren vóór week 22/06)
VW 508 00   Longlife IV-specificatie voor benzinemotoren met en zonder Longlife-Service, is niet achterwaarts compatibel, viscositeitsklasse SAE 0W-20
VW 509 00   Longlife IV-specificatie voor dieselmotoren met en zonder Longlife-Service, is niet achterwaarts compatibel, viscositeitsklasse 0W-20
VW 511 00   Specificatie voor krachtige benzine-Ottomotoren met roetfilter, alleen voor geselecteerde motoren

Uitgaande van Europese autofabrikanten, zijn de voorgeschreven fabrikantspecificaties gebaseerd op de motorentests van de ACEA of die van de API. Om de goedkeuring van een fabrikant voor een bepaalde olie te verkrijgen, moeten in aanvulling op de respectievelijke ACEA-/API-testprocedure aan verdere motoronderzoeken en eisen worden voldaan. Een overzicht, welke specificaties van de fabrikant op de ACEA-/API-classificatie is gebaseerd, is in de volgende grafiek vermeld.

 

Vrijgaven voor Iveco-motoren

 

18-1804 FEBasis ACEA E4/E5 met TBN-gehalte >14 
18-1804 TLS E6Basis ACEA E6 met TBN-gehalte >13
18-1804 T2 E7Basis ACEA E7 met TBN-gehalte >14
18-1804 TLS E9 Basis ACEA E9 oder API CJ-4 
18-1804 TFEBasis ACEA E4/E7 met TBN-gehalte>16

 

Vrijgaven voor MAN-motoren

 

M3275SHPD-motorolie, verversingsinterval tot 60.000 km mogelijk
M3277SHPD-motorolie, verversingsinterval tot 80.000 km mogelijk
M3377Hogere eisen aan zuiverheid/afzettingen t.o.v. M3277, verversingsinterval volgens weergave
M3477 Gelijk als M3277 echter as-arm voor Euro 5-motoren met DPF
M3677  Euro 6-Motoren met DPF, verversingsinterval tot 120.000 km mogelijk

 

Vrijgaven voor Mercedes-Benz-motoren

 

MB-vrijgave 228.1   Basis ACEA E2 + verdere motorentests
MB-vrijgave 228.3   Basis ACEA E7 + verdere motorentests
MB-vrijgave 228.5   Basis ACEA E4 + verdere motorentests, verlengde verversingsinterval
MB-vrijgave 228.31   Basis ACEA E9 + verdere motorentests, DPF geschikt
MB-vrijgave 228.51   Basis ACEA E6 + verdere motorentests, DPF geschikt, verlengde verversingsinterval
MB-vrijgave 228.61   Basis API FA-4 + verdere motorentests
     
INFO: 2 cijfers na de punt = verminderde as voor uitlaatgasnabehandelingssystemen

 

Vrijgaven voor Renault-motoren

 

RD/RD-2Basis ACEA E3 + Volvo VDS-2
RLD/RLD-2 Basis ACEA E7 + Volvo VDS-3
RLD-3 Basis ACEA E9 + Volvo VDS-4
RXD Basis ACEA E7 + Volvo VDS-3
RGD (Gas)Basis ACEA E6 + Volvo VDS-3 + TBN >8

 

Vrijgaven voor Scania-motoren

 

Scania LDF   Basis ACEA E5
Scania LDF-2   Basis ACEA E7 vanaf Euro 4 toepasbaar
Scania LDF-3   Basis ACEA E7 vanaf Euro 6 toepasbaar
Scania LDF-4   Basis ACEA E6 kan worden gebruikt vanaf Euro 6, verlengde verversingsinterval, brandstofbesparing, alleen voor  eselecteerde motoren
Scania Low Ash        Basis ACEA E6/E9 (as-arm)

 

Vrijgaven voor Volvo-motoren

 

Volvo VDS   Basis API CD/CE, onderhoudsintervallen tot 50.000 km mogelijk
Volvo VDS-2   Basis ACEA E7, onderhoudsintervallen tot 60.000 km mogelijk
Volvo VDS-3   Basis ACEA E5, onderhoudsintervallen tot 100.000 km mogelijk
Volvo VDS-4   Basis API CJ-4, streekvervoer, as-arm
Volvo VDS-4.5   Basis API CK-4, lange afstanden, achterwaarts compatibel
Volvo VDS-5   Basis API FA-4, verlaagde HTHS-viscositeit, niet achterwaarts compatibel, alleen voor geselecteerde motoren

Bij motoren van motorfietsen zien de fabrikanten grotendeels af van hun eigen oliespecificaties en vertrouwen zij op de motortesten die volgens API of JASO zijn vastgesteld om de oliekwaliteit te bepalen. Naast het bepalen van de kwaliteit van de olie moeten bij motorfietsen, die zijn uitgerust met een in het oliebad lopende koppeling (natte koppeling), ook aan hogere eisen aan de afschuifstabiliteit, het afbrandgedrag en vooral het wrijvingsgedrag worden voldaan. Of een olie aan deze eigenschappen voldoet, kan worden gevonden met behulp van de JASO-specificatie,
die onder de vrijgaven vermeld moet zijn. Er is een Europese ISO-norm voor 2-takt motoroliën die vergelijkbaar is met de JASO 2-takt specificaties.

 

Vrijgaven voor motorfietsmotoren

 

4-takt classificaties volgens JASO:
JASO MA   4-takt-motoren – hoog wrijvingscoëfficiënt voor motorfietsen met natte koppeling
JASO MA-2   4-takt-motoren – zeer hoge wrijvingswaarde voor motorfietsen met natte koppeling
JASO MB   4-takt-motoren – lage wrijvingswaarde voor tweewielers zonder natte koppeling
     
2-takt classificaties volgens JASO:
JASO FB     2-takt-motoren – geringe reiniging, onvolledige verbranding
JASO FC   2-takt-motoren – hoge reiniging, bijna volledige verbranding
JASO FD   2-takt-motoren – maximale reiniging, volledige verbranding
     
2-takt classificaties volgens ISO:
ISO-L-EGB   als JASO FB
ISO-L-EGC   als JASO FC
ISO-L-EGD   als JASO FD
     
2-Takt-Klassifikationen nach API:
API-TA   Bromfietsen (verouderd)
API-TB   Motorfietsen en scooters (verouderd)
API-TC   Krachtige motoren (verouderd, maar nog steeds wereldwijd erkend)
     
INFO: NMMA TC-W3 -> 2-takt specificatie voor boten

Om de probleemloze werking te waarborgen, hebben moderne transmissies een modern hoogwaardig smeermiddel nodig, die de transmissie tegen slijtage beschermt en tegelijkertijd het schakelgedrag ook niet negatief beïnvloedt. Het type en de hoeveelheid additief van een smeermiddel heeft een aanzienlijke invloed op verschillende parameters, zoals bijv. de schakelbaarheid, het verversingsinterval, het wrijvingsgedrag en de slijtagebescherming. Daarom is het van groot belang dat bij het vervangen van de transmissieolie de specificaties of vrijgaven, die door de fabrikant zijn gespecificeerd, nageleefd worden. Met steeds meer transmissietypes zijn ook de transmissieoliën ontwikkeld en aangepast. In dit geval wordt eerst grof onderscheid gemaakt in schakel- of as-transmissies, automatische-, dubbele koppeling en CVT-transmissies. Binnen deze bovenste groepen zijn er verschillende subgroepen, die allemaal een speciaal smeermiddel vereisen dat overeenkomt met het bouwtype en de toepassing.

Opmerking: Er is geen uniforme basis voor transmissie-oliën, waaraan de fabrikanten moeten voldoen (bijv. ACEA). Dit leidt tot een groot aantal speciale fabrikantvrijgaven.  

 

Voorbeelden:

 

Mercedes-Benz:

 

26 ATF-vrijgaven (MB-vrijgave 236.x)

21 (Hypoid-)transmissieolie-vrijgaven (MB-vrijgave 235.x)

Volkswagen:

 

14 ATF-vrijgaven (G 052 xxx, G055 xxx, G060 xxx)

15 (Hypoid-)transmissieolie-vrijgaven (G 052 xxx, G055 xxx, G060 xxx)

Om een grove verklaring te kunnen maken over de kwaliteit of kenmerken van een transmissieolie, heeft zich in de loop van decennia de classificatie volgens API bij schakel- en as-transmissies en volgens Dexron en Mercon voor automatische transmissies doorgezet. De fabrikanten hebben deze classificaties een lange periode gebruikt. Nadat de transmissies echter steeds complexer werden, was deze classificatie niet meer voldoende. De viscositeit van de schakel- en as-transmissies wordt, net als motoroliën ook, volgens SAE geclassificeerd. De viscositeit van de automatische transmissieoliën, zogenaamde ATF-oliën (Automatic Transmission Fluid) is niet volgens SAE geclassificeerd, aangezien de viscositeit onderdeel is van de vrijgave van de desbetreffende fabrikant.

 

9.1.1 API (schakel- of as-transmissieoliën)

 

GL 1

Gering belaste kegelwiel- of wormtransmissie

 

GL 2

Wormtransmissie (niet in wegvoertuigen)

 

GL 3 Schakeltransmissie (Oldtimer)  
GL 4 Schakeltransmissie, hypoid-transmissie indien toegelaten  
GL 5 Hypoid-transmissie, schakeltransmissie indien toegelaten  

 

9.1.2 GM Dexron (automatische transmissie)