Let op! Kijk uit!

LIQUI MOLY-directeur Ernst Prost over buitensporige bureaucratie

Beste medeondernemers!

Elke morgen kwam de hardwerkende mier met plezier naar het werk. Hij hield van zijn werk. Hier bracht hij de meeste tijd van de dag door, hardwerkend en altijd neuriënd. En zo werkte hij vlijtig, dag in, dag uit. De algemeen directeur, een dikke vette kever, stelde vast dat er niemand was die toezicht hield op de mieren.

Zo kon het niet doorgaan!

Hij maakte budget vrij voor een supervisor en nam een mestkever met veel ervaring aan. De eerste zorg van de kever was de werktijd te standaardiseren. Hij stelde hiervoor verschillende rapporten op. De mestkever had al snel een secretaresse nodig die deze rapporten voorbereidde. Er werd een spin aangenomen die een archief opzette en telefoontjes aannam. En de mier werkte ondertussen vrolijk verder, want hij had plezier in zijn werk en soms neuriede hij daarbij.

De algemeen directeur was onder de indruk van het werk van de mestkever en vroeg hem om grafieken en toekomstanalyses. En zo moest er een vlieg worden aangenomen om de supervisor te helpen. De vlieg kreeg een laptop waar hij de mooie kleurrijke rapporten mee kon maken. Maar de hardwerkende mier hield al snel op met neuriën en klaagde erover dat hij zo veel papierwerk moest invullen in plaats van te werken.

De algemeen directeur besloot daarop dat er iemand moest komen die de administratie voor de afdeling waar de mier werkte voor zijn rekening nam. Deze belangrijke taak werd aan een sprinkhaan toevertrouwd, die allereerst een speciale stoel eiste. En natuurlijk had hij ook een auto, een laptop en toegang tot intranet nodig. En hij had natuurlijk ook nog een persoonlijke assistent nodig, een pad, die op haar oude werkplek al als secretaresse voor de sprinkhaan werkte. De mier zag het niet meer zitten. Hij werd steeds onrustiger en nerveuzer.

“We moeten een instantie vragen gegevens voor een onderzoek naar de werkende klasse te verzamelen en daar een verslag van te maken.” Zo gezegd, zo gedaan. De geselecteerde specialisten gingen meteen maandenlang aan het werk en werden hier vorstelijk voor betaald. Ondertussen stelde de algemeen directeur vast dat de afdeling waar de vlijtige mier vrolijk aan het werk was, niet meer dezelfde winst opleverde als vroeger.

Hij vroeg de uil, een expert op het gebied van bedrijfseconomie, om advies waar een prijskaartje van duizenden euro's aan hing. De uil moest analyseren en diagnosticeren wat er moest worden gedaan. Hij nam in drie maanden een kijkje bij alle afdelingen van het bedrijf. En dit leverde ten slotte een eindrapport met de volgende bevinding op: “U heeft te veel personeel en er moeten banen worden geschrapt.”

De algemeen directeur nam het advies van de uil over en ontsloeg de mier.

De reden daarvoor: “De mier presteert helaas lang niet meer zo goed en werkt helaas niet meer zo hard als in het begin. In plaats daarvan klaagt hij alleen maar over de buitensporige bureaucratie en de voortdurende controles. Conclusie: de mier moet vertrekken, want we hebben werknemers nodig die plezier in hun werk hebben en ook eens vrolijk neuriën!”

Ik hoop dat de waarheid achter dit verhaal nooit op ons van toepassing zal zijn!

Hartelijk groet, Ernst Prost