FAQ

Als uw vraag hier niet wordt beantwoord, helpt onze technische assistentie u graag verder. Telefoonnummer: +49 731 1420-871

ACEA

De ACEA (European Automobile Manufacturers‘ Association) is sinds 1-1-1996 de officiële opvolger van de CCMC. Het definieert de kwaliteit van motoroliën volgens de eisen van de Europese motorfabrikanten.

 

 

ACHTERWAATS COMPATIBEL

Achterwaarts compatibel is een specificatie of vrijgave, die aan de vorige (dan verouderde) specificatie of vrijgave voldoet en deze overschrijdt.

 

ADDITIEFPAKKET

Een additiefpakket is een mengsel van verschillende chemische stoffen die de eigenschappen van de motorolie op verschillende manieren beïnvloeden.

 

 

ALKALISCHE RESERVES

De alkalische reserves van een olie neutraliseren zure reactieproducten die bij de verbranding van brandstof ontstaan.

 

API

Het American Petroleum Institute (API) stelt wereldwijd de kwaliteitseisen en testcriteria van smeermiddelen vast. Europa resp. Europese fabrikanten zijn hiervan grotendeels uitgesloten.

 

ATF

Zogenaamde Automatic Transmission Fluids (ATF) hebben een gedefinieerde wrijvingscoëfficiënt en hebben een hoge viscositeitsindex. Deze oliën worden voornamelijk gebruikt in automatische transmissies en stuurbekrachtigingen.

 

BASEGETAL

Het basegetal in motoroliën geeft de hoeveelheid alkalische reserves aan. Bij gebruikte oliën geeft het basegetal een indicatie van het resterende percentage ongebruikte additieven.

 

BASISOLIE

De basisolie is het uitgangsproduct voor de productie van smeermiddelen. Basisoliën (minerale, hydrocrack of volledig synthetische) worden door verschillende raffinaderijprocessen geproduceerd.

 

DESTILLEREN

Bij het destilleren wordt ruwe olie onder atmosferische druk verhit en in natuurlijke bestanddelen afgebroken.

 

DETERGENTIA

Detergentia zijn reiniging-actieve stoffen, die de motor beschermen tegen afzettingen. Bovendien vormen detergentia de zogenaamde alkalische reserves.

 

DISPERGEERMIDDELEN

De dispergeermiddelen in de motoroliën omhullen vaste en vloeibare verontreinigingen in de olie en transporteren ze naar het oliefilter.

 

EP-ADDITIEVEN

Extreme-Pressure-additieven (EP) vormen onder hoge druk en

grote hitte een ”beschermende laag” op de metalen oppervlakken.

 

FRICTION MODIFIER

Friction Modifier (FM) produceren zwakke bindingen op de metalen oppervlakken en verminderen of verhogen daardoor de wrijvingseigenschappen van een smeermiddel.

 

GL

GL betekent “Gear Lubricant” en kenmerkt de drukstabiliteit van een transmissieolie volgens API.

 

GRENSPOMPVISCOSITEIT

De grenspompviscositeit beschrijft de test voor het classificeren van de smeermiddelen in de respectieve SAE-klassen. Daarbij mag de viscositeit van de desbetreffende SAE-klasse bij een bepaalde temperatuur niet overschreden worden om het automatisch nastromen van het smeermiddel te garanderen.

 

HTHS-VISCOSITEIT

High-Temperature-High-Shear (HTHS) is de dynamische viscositeit van een vloeistof gemeten bij 150 °C onder invloed van hoge schuifkrachten.

 

HYDROCRACK-BASISOLIE

Hydrocrack-basisoliën worden op basis van paraffine geproduceerd. Deze oliën zijn op dit moment stand van de techniek en worden onder meer gebruikt in zeer moderne benzine/dieselmotoren.

 

HYDROCRACKEN

Bij het hydrocracken worden lange moleculaire ketens met de aanwezigheid van waterstof gebroken. Dit waterstof wordt aan de open ketenuiteinden gebonden en “repareert” de breukplaats.

 

HYDROFINISHING

Hydrofinishing beschrijft bij de productie van minerale basisolie de toevoeging van waterstof om een optimale verouderingstabiliteit te bereiken.

 

JASO

De Japanse Automotive Standards Organisation (JASO) verdeelt smeeroliën in verschillende klassen en wordt voornamelijk in de motorfietssector resp. in Azië gebruikt.

 

KATALYTISCH HYDROCRACKEN

Bij het katalytisch hydrocracken worden onder aanwezigheid van een katalysator (bijv. synthetische aluminiumsilicaten) en bij een temperatuur van 500 °C de moleculaire ketens gebroken.

 

KRAKEN

Bij het kraken worden lange koolwaterstofmoleculen gebroken.

Deze gebroken moleculaire ketens vormen het uitgangsproduct

voor synthetische oliën.

 

MINERALE BASISOLIE

Minerale basisoliën zijn een direct product van de aardoliedestillatie. Dit type basisolie wordt niet meer gebruikt in moderne motoren.

 

NAFTA

Nafta is ruwe benzine, dat een product is van de aardoliedistillatie.

 

ONTPARAFFINEREN

Bij ontparaffineren worden waxkristallen uit het desbetreffende destillaat verwijderd, om het Pour-Point (vloeipunt, de laagste temperatuur waarbij de olie net nog stroomt, wanneer onder vastgelegde omstandigheden afgekoeld wordt) te verbeteren.

 

PARAFFINE

Paraffine zijn waxkristallen, die een bijproduct zijn van de productie van minerale basisolie.

 

POUR-POINT-DEPRESSANT

Een Pour-Point-Depressant (PPD-additief) verandert de structuur van de waxkristallen in de basisolie en vertraagt de groei ervan. Dit minimaliseert het vloeipunt van de olie resp. verbetert de eigenschap bij lage temperatuur.

 

POUR-POINT

Het Pour-Point is de laagste temperatuur, waarbij de olie nog net stroomt wanneer het onder vastgelegde omstandigheden wordt afgekoeld.

 

RAFFINEREN

Raffineren is de verwijdering/conversie van ongewenste bestanddelen uit vacuümdestillaten.

 

RUWE OLIE

Ruwe olie is een mengsel dat hoofdzakelijk uit koolwaterstoffen bestaat, die door het ontbindingsproces van organische stoffen is ontstaan.

 

SAE INTERNATIONAL

SAE International (voorheen Society of Automotive Engineers) specificeert de viscositeitsklassen voor motor- en transmissieoliën, die wereldwijd geldig zijn in de automobielindustrie.

 

VACUÜMDESTILLATIE

Bij de vacuümdestillatie worden onder vacuüm residuen uit de destillatie van het raffinaat gescheiden. Door het vacuüm kan het kookpunt met ca. 150 °C worden verlaagd, waardoor het “kraken” van de moleculen kan worden voorkomen.

 

VISCOSITEIT

De viscositeit is de weerstand (interne wrijving) van een vloeistof. Hoe hoger de weerstand, hoe stroperiger de olie is. De viscositeit bij motor- en transmissieoliën wordt in SAE aangegeven.

 

VISCOSITEITSINDEX

De viscositeitsindex (VI) beschrijft het viscositeit-/temperatuurgedrag van een olie. Hoe hoger de VI, hoe lager de viscositeitsverandering over het gehele temperatuurbereik.

 

VISCOSITEITSINDEXVERBETERAAR

Viscositeitsindexverbeteraars zijn polymeren die zijn ontworpen om de temperatuurafhankelijke viscositeitsverandering van een olie te beïnvloeden.

 

VOLLEDIG SYNTHETISCHE BASISOLIE

Volledig synthetische basisoliën zijn oliën op basis van polyalfaolefin. Deze worden synthetisch geproduceerd en zijn zeer temperatuur- en verouderingsstabiel.

Aardolie is afkomstig uit dood plankton, dat miljoenen jaren geleden op de zeebodem is gezonken. Daaroverheen hebben zich in de loop der tijd zand en steen afgezet. Door deze ondoordringbare laag vond onder zuurstofafsluiting, druk en warmte de omzetting van deze "levende wezens" in aardolie plaats. De basisbouwsteen van aardolie zijn koolwaterstofverbindingen, die in verschillende ketenlengten (C5 – C100) kunnen optreden.

Basisoliën zijn het uitgangsproduct voor de fabricage van allerlei soorten smeeroliën. De verschillende basisoliën (minerale, hydrocrack of volledig synthetische) worden door verschillende raffinaderijprocessen (zie tekening) geproduceerd.

De minerale basisolie vormt de eenvoudigste en oudste vorm van de basisoliën. Bij de productie dient de hierboven beschreven ruwe olie als direct uitgangsproduct. De ruwe olie wordt in de hoogoven verhit en in zijn bestanddelen afgebroken (gedestilleerd). Vervolgens worden ongewenste en schadelijke bestanddelen uit het destillaat gehaald door het raffinageproces resp. door het ontparaffineren. Bij het uiteindelijke hydrofinishing wordt aan het raffinaat selectief waterstof toegevoerd, die de open moleculaire ketens sluit en zodoende de verouderingsstabiliteit aanzienlijk verhoogt.

De volledig synthetische basisolie wordt hoofdzakelijk door zijn zeer goede thermische stabiliteit en verouderingsweerstand gekenmerkt. Zo krachtig het is, zo complex is ook de productie. Het uitgangsproduct is het zogenaamde nafta (benzine zonder additieven). De nafta wordt in de eerste stap gekraakt, wat betekent dat de moleculaire ketens (C5 – C12) worden gesplitst en tot een lengte van C2 worden gebroken. De voormalige vloeistof is nu gasvormig. In het daaropvolgende syntheseproces worden de korte moleculaire ketens (C2) tot lange moleculaire ketens (C20 – C35) samengesteld en door het toevoeren van waterstof (hydreren) verzegeld.

De hydrocrack-basisolie combineert de positieve eigenschappen van minerale en volledig synthetische basisoliën. Dit type basisolie biedt een zeer goede thermische stabiliteit en weerstand tegen veroudering bij gelijktijdig absolute materiaalcompatibiliteit. De basis voor hydrocrack-basisoliën is de paraffine die wordt verkregen bij de productie van minerale olie. De paraffine bestaat uit lange ketens van moleculaire verbindingen (> C35). Deze worden in aanwezigheid van een katalysator bij een druk van 70 - 200 bar en temperaturen tot 500 °C gesplitst en tot een bruikbare lengte van C20 – C35 korter gemaakt (katalytisch hydrocracken). Vervolgens wordt de vloeistof onder vacuüm gedestilleerd om het kraken van de moleculaire ketens te voorkomen. In de laatste stap worden eventuele paraffineresiduen verwijderd.

Vandaag de dag is de basisolie alleen voor moderne motoren verre van voldoende om aan de vele taken, die de smeermiddelen van vandaag moeten hebben, te kunnen voldoen. Voor een betrouwbare smering en soepele werking worden additieven (toevoegingen) aan de basisoliën toegevoegd. Met behulp van deze additieven kunnen bepaalde eigenschappen van de olie worden verbeterd of er kunnen volledig nieuwe eigenschappen worden bereikt. De lijst van de hierbij gebruikte additieven is verschillend en lang. Afhankelijk van de eisen worden de afzonderlijke stoffen in een additiefpakket gecombineerd. Dit pakket wordt toegevoegd aan de verwarmde basisolie (70-75 °C) totdat het volledig in de olie is opgelost. Met moderne motoroliën kan het percentage van additieven meer dan 30% bedragen, bij eenvoudige oliën minder dan 1%.

 

Principieel zijn er twee soorten additieven:

  • Additieven, die op de basisolie werken, bijv. Pour-Point verbeteraars, antischuim-additieven of viscositeitsindexverbeteraars.
  • Additieven, die op de materiaaloppervlakken (lagers, cilinders … ) werken, bijv. hechtingsverbeteraars of Friction Modifier (wrijvingsverbeteraars).

De volgende tabel geeft een overzicht van de eigenschappen van een olie die door additieven kunnen worden beïnvloed.

Detergentia zijn reiniging-actieve stoffen (oppervlakte-actieve stoffen) in de olie, die de vorming van afzettingen verhinderen of uit de motor verwijderen. Zijn deze werkzame stoffen bijv. door overschreden olieverversingsintervallen verbruikt, dan worden er veel afzettingen gevormd (zie beeld). Als gevolg hiervan neemt de slijtage in de motor meetbaar toe en de motor kan beschadigd raken.

Extreme-Pressure-additieven (EP-additieven) worden aan de olie in de vorm van bijv. zwavel- of fosforverbindingen toegevoegd om het aan elkaar smelten door hoge druk of belastingen van de wrijvingspartners te voorkomen.In dit geval zijn EP-additieven in smeermiddelen onontbeerlijk. Onder hoge druk of belastingen ontstaan in het smeermiddel hoge temperaturen. Hierbij wordt zwavel (zwavelcarrier) of een fosforzuurderivaat (fosforbevattende verbindingen) uit het EP-additief vrijgemaakt. Onder deze omstandigheden reageert de vrijkomende stof onmiddellijk met het metaaloppervlak tot metaalsulfiden of

fosfaten. Deze verbindingen vormen op het metaaloppervlak lagen, die onder hoge druk lamellenvormig worden afgeschoven. Dit voorkomt het aan elkaar smelten en dus het invreten van metalen oppervlakken.

Het PPD-additief wordt gebruikt om het vloeipunt van het smeermiddel te verlagen en dus de eigenschappen bij lage temperaturen te verbeteren. De waxkristallen in de basisolie worden door het additief in hun structuur gemodificeerd en de groei bij lage temperaturen worden aanzienlijk vertraagd.

Viscositeitsindexverbeteraars zijn polymeren met hoog molecuulgewicht (combinatie van macromoleculen) die zodanig zijn ontworpen, dat deze de temperatuurafhankelijke viscositeitsverandering van een olie beïnvloeden. Het polymeer trekt bij lage temperaturen samen. Als gevolg hiervan wordt de weerstand, die het polymeer tegenstand biedt aan een binnendringend lichaam, minder en wordt de viscositeitsverandering van de basisolie gecompenseerd.

 

Grafisch ziet deze wijze waarop het werkt er als volgt uit:

Een ongewenst bijproduct van de circulatiesmering is het opnemen van kleine luchtbellen in de motorolie. Antischuimadditieven zorgen voor een duidelijke vermindering van het schuim dat wordt gevormd tijdens de circulatie van olie (luchtopname).

Om de juiste motorolie te kiezen, zijn er twee soorten informatie nodig. Aan de ene kant is het de viscositeit, aan de andere kant de vereiste kwaliteit. In de afgelopen decennia zijn er verschillende organisaties voor deze classificaties voortgekomen:

 

  • SAE (Society of Automotive Engineers)
  • API (American Petrol Institute)
  • ACEA (Association des Constructeurs Européens d’Automobiles)
  • ILSAC (International Lubricant Standardization and Approval Committee)
  • JASO (Japanese Automotive Standards Organization)

De bekende Europese auto- en motorfabrikanten (Mercedes-Benz, BMW, VW ...) richten zich voor viscositeitsgegevens naar SAE en voor kwaliteitsgegevens naar ACEA. De motoroliën die worden gebruikt voor importvoertuigen die zijn ontwikkeld buiten Europa (Toyota, Mitsubishi, Chrysler ...) richten zich voornamelijk naar API of ILSAC en SAE en bij dieselvoertuigen met DPF steeds meer naar ACEA.

De viscositeit geeft alleen informatie over de viscositeit (interne wrijving) van een olie en definieert daarom geen kwalitatieve eigenschappen. Dit betekent dat een olie die voldoet aan een SAE-viscositeit een voorgeschreven vloeigedrag bij verschillende temperaturen heeft. De viscositeit wordt onderverdeeld in het koude startbereik met het achtervoegsel “W” (bijv. 5W). Hoe kleiner het getal voor de “W”, hoe meer vloeibaar de olie is bij lage temperaturen. Voor het bedrijfswarme bereik geldt het getal zonder achtervoegsel (bijv. 30). Hoe hoger het getal, hoe dikker de olie is, gemeten bij 100 °C.

 

Tot welke lage temperatuur een motor-/transmissieolie kan worden gebruikt, hangt af van de mogelijke grenspomptemperatuur resp. de lage temperatuurviscositeit.

Het American Petrol Institute onderscheidt in principe twee soorten motoroliën. Enerzijds motoroliën voor benzinemotoren (S), evenals motoroliën voor dieselmotoren (C). De letter die volgt op de eerste letter “S resp. C” bijv. “G” of “H”, definieert de kwaliteit van het smeermiddel. Hoe verder deze letter, in het alfabet staat, hoe hoger de kwaliteit is van de motorolie. De hogere specificaties, zoals API SM of SN kunnen volgens API zonder bezwaar gebruikt worden voor de vorige classificaties, bijv. API SL. Bij motoroliën voor dieselmotoren , kan ook een “-4” opgenomen zijn. Deze toevoeging kenmerkt de geschiktheid voor grootvolume 4-takt-dieselmotoren, bijv. vrachtwagens of bussen (Heavy Duty). API CF-2 staat voor de kwaliteit van een 2-takt-dieselmotorolie.

De European Automobile Manufacturers‘ Association vormt de olienorm voor Europese voertuig- resp. motorfabrikanten. Hierbij wordt - net als volgens API - onderscheid gemaakt tussen olie voor benzinemotoren (A) en lichte dieselmotoren (B, C). In tegenstelling tot API heeft bij ACEA elke categorie zijn eigen categorie en kan niet achterwaarts compatibel worden gebruikt.

 

5.3.1 Benzine- en dieselmotoren van personenauto’s

 

A1/B1 Hoogwaardige motorolie voor benzine- en dieselmotoren, zgn. Fuel-Economy-motorolie met bijzonder lage High Temperature- High-Shear-viscositeit (2,9 - 3,5 mPa*s). Gereserveerd voor de viscositeitsklasse xW-20. Ongeldig sinds 12/2016.
A3/B4  Hoogwaardige motorolie voor benzine- en dieselmotoren, overtreft en vervangt conventionele motoroliën zoals ACEA A2/B2 resp. A3/B3 en kan voor langere verversingsintervallen worden gebruikt.
A5/B5Hoogwaardige motorolie voor benzine- en dieselmotoren, zgn. Fuel-Economy-motoroliën met bijzonder lage High-Temperature- High-Shear-viscositeit (2,9 - 3,5 mPa*s). Gereserveerd voor de viscositeitsklasse xW-30 en xW-40.

 

5.3.2 Dieselmotoren met dieselpartikelfilter voor personenauto's

 

C1  Categorie voor Low-SAPS-olie met een lagere HTHS-viscositeit 2,9 mPa*s, lage viscositeit, performance als A5/B5, maar met zeer beperkte percentages sulfaatas, fosfor, zwavel.
C2Categorie voor Mid-SAPS-olie met verlaagde HTHS-viscositeit 2,9 mPa*s, lage viscositeit, performance als A5/B5, met beperkte, maar hogere percentages sulfaatas, fosfor, zwavel in vergelijking met C1.
C3  Categorie voor Mid-SAPS-olie met een hoge HTHS-viscositeit 3,5 mPa*s, lage viscositeit, performance als A3/B4, met beperkte, maar hogere percentages sulfaatas, fosfor, zwavel in vergelijking met C1.
C4 Categorie voor Low-SAPS-olie met hogere HTHS-viscositeit 3,5 mPa*s, lage viscositeit, performance als A3/B4, met dezelfde percentages sulfaatas en zwavel, bij verhoogde percentage fosfor in vergelijking met C1
C5 Categorie voor Mid-SAPS-olie met verlaagde HTHS 2,6 - 2,9 mPas*s lage viscositeit, voor nog betere en optimale brandstofbesparing voor voertuigen met de nieuwste uitlaatgasbehandelingssystemen, alleen voor motoren met overeenkomstige technische voorwaarden.

 

5.3.3 Dieselmotoren voor bedrijfswagens

 

E1/E2  Categorieën niet actueel.
E3 Categorie is bij ACEA E7 inbegrepen
E4 Gebaseerd op de MB 228.5, verlengde olieverversing mogelijk, geschikt voor Euro-3-motoren.
E5 Categorie is bij ACEA E7 inbegrepen.
E6Categorie voor AGR-motoren met/zonder dieselpartikelfilter (DPF) en SCR-NOX-motoren. Aanbevolen voor motoren met dieselpartikelfilter in combinatie met zwavelvrije brandstof. Percentage sulfaat max. 1%.
E7 Categorie voor motoren zonder dieselpartikelfilter (DPF) van de meeste AGR-motoren en de meeste SCR-NOX-motoren. Percentage sulfaat max. 2 %.
E9Categorie voor motoren met/zonder dieselpartikelfilter (DPF) van de meeste AGR-motoren en de meeste SCR-NOX-motoren. Aanbevolen voor motoren met dieselpartikelfilter in combinatie met zwavelvrije brandstof. Percentage sulfaat max. 1%.

Het International Lubricants Standardization and Approval Committee is bij de classificatie van motoroliën sterk gebaseerd op de classificatie volgens API. Om deze reden zijn er vijf classificatie klassen voor benzinemotoren voortgekomen. Met dieselmotoren is bij ILSAC geen rekening gehouden.

ILSAC

 

GF-1  Introductiejaar 1996, vergelijkbaar met API SH, categorie niet actueel
GF-2 Introductiejaar 1997, vergelijkbaar met API SJ
GF-3  Introductiejaar 2001, vergelijkbaar met API SL
GF-4 Introductiejaar 2004, vergelijkbaar met API SM
GF-5 Introductiejaar 2010, vergelijkbaar met API SN

De Japanese Automobile Standards Organization definieert de criteria voor oliën voor tweewielers. Daarbij worden verhoogde eisen gesteld aan wrijvingsgedrag (natte koppeling), afschuifstabiliteit en afbrandingsgedrag. De JASO en de API-classificaties treden altijd samen op het gebied van tweewielers op.

 

JASO

 

MA 4-takt-motoren – hoge wrijvingscoëfficiënt voor motorfietsen met natte koppeling
MA24-takt-motoren – hoge wrijvingscoëfficiënt voor motorfietsen met natte koppeling- en transmissie-eigenschappen
MB 4-takt-motoren – geringe wrijvingscoëfficiënt voor motorfietsen zonder natte koppeling
FB 2-takt-motoren – geringe reiniging, onvolledige verbranding
FC2-takt-motoren – hoge reiniging, bijna volledige verbranding
FD2-Takt-motoren – maximale reiniging, volledige verbranding

Uitgaande van Europese autofabrikanten, zijn hun voorgeschreven fabrikantspecificaties gebaseerd op de motorentests van de ACEA. Om de goedkeuring van een fabrikant voor een bepaalde olie te verkrijgen, moeten in aanvulling op de respectievelijke ACEA-testprocedure aan verdere motoronderzoeken en eisen worden voldaan. Een overzicht, welke specificaties van de fabrikant op de ACEA-classificatie is gebaseerd, vindt u op de volgende pagina.

 

Vrijgaven voor BMW-motoren

 

Longlife-98  Basis ACEA A3/B3, toepasbaar vanaf modeljaar ´98, Ongeldig – wordt vervangen door Longlife-01
Longlife-01Basis ACEA A3/B4, toepasbaar vanaf modeljaar ´01, voor benzine- en dieselmotoren zonder DPF
Longlife-04  Basis ACEA C3, toepasbaar vanaf modeljaar ´04
Longlife-12 FE Basis ACEA C2, toepasbaar vanaf modeljaar ´13, verlaagde HTHS-viscositeit, niet achterwaarts compatibel, alleen voor geselecteerde motoren
Longlife-14 FE+ Basis ACEA A1/B1, toepasbaar vanaf modeljaar ´14, verlaagde HTHS-viscositeit, niet achterwaarts compatibel, alleen voor geselecteerde motoren

 

Vrijgaven voor Fiat-, Alfa Romeo- en Lancia-motoren

 

9.55535-CR1  Basis ILSAC GF-5 resp. API SN, viscositeitsklasse 5W-20
9.55535-DS1Basis ACEA C2, viscositeitsklasse 0W-30
9.55535-G1  Basis ACEA A1 resp. A5, viscositeitsklasse 5W-30, speciale ontwikkeling voor CNG-motoren
9.55535-G2 Basis ACEA A3, viscositeitsklassen 10W-40 en 15W-40, toepasbaar in oudere Ottomotoren
9.55535-GH2 Basis ACEA C3, viscositeitsklasse 5W-40, speciale ontwikkeling voor “1750 Turbo motor”
9.55535-GS1Basis ACEA C2, viscositeitsklasse 0W-30, speciale ontwikkeling voor 0.9 Twin Air (Turbo) motor
9.55535-H2Basis ACEA A3, viscositeitsklasse 5W-40, geschikt voor verlengde verversingsintervallen
9.55535-M2Basis ACEA A3/B4, viscositeitsklassen 0W/5W-40, geschikt voor verlengde verversingsintervallen
9.55535-N2Basis ACEA A3/B4, viscositeitsklasse 5W-40, geschikt voor benzine- en dieselturbomotoren
9.55535-S1 Basis ACEA C2, viscositeitsklasse 5W-30, geschikt voor Otto- en dieselturbomotoren met WIV
9.55535-S2Basis ACEA C3, viscositeitsklasse 5W-40, geschikt voor Otto- en dieselmotoren met WIV
9.55535-S3 Basis ACEA C3, viscositeitsklasse 5W-30, speciale ontwikkeling voor Chrysler, Jeep en Lancia
9.55535-T2Basis ACEA C3, viscositeitsklasse 5W-40, speciale ontwikkeling voor gasmotoren
9.55535-Z2Basis A3/B4, viscositeitsklasse 5W-40, speciale ontwikkeling voor Twin-Turbodieselmotoren

 

Vrijgaven voor Ford-motoren

 

WSS-M2C-913-A Basis ACEA A1/B1
WSS-M2C-913-BBasis ACEA A1/B1, achterwaarts compatibel met WSS-M2C-913-A
WSS-M2C-913-C   Basis ACEA A5/B5, achterwaarts compatibel met WSS-M2C-913-B
WSS-M2C-913-DBasis ACEA A5/B5, vervangt WSS-M2C-913-A, B en C
WSS-M2C-925-BBasis API SM, achterwaarts compatibel met WSS-M2C-925-B, wordt vervangen door WSS-M2C-948-B
WSS-M2C-917-A Basis ACEA A3/B4, tegenhanger van VW 505 01
WSS-M2C-934-B Basis ACEA C1, viscositeitsklasse 5W-30
WSS-M2C-948-B Basis API SN, speciaal ontwikkeld voor Ford EcoBoost-motoren
WSS-M2C-950-ABasis ACEA C2, speciaal ontwikkeld voor Euro 6 TDCi-motoren, viscositeitsklasse 0W-30

 

Vrijgaven voor Mercedes-Benz-motoren

 

MB-vrijgave 229.1 Voor alle personenauto's tot 03/2002, wordt vervangen door MB 229.3
MB-vrijgave 229.3Voor intervallen tot 30.000 km, wordt vervangen door MB 229.5
MB-vrijgave 229.5  Scherpere eisen als bij 229.3, intervallen tot 40.000 km mogelijk
MB-vrijgave 229.31 Eisen als bij 229.3 echter as-arm, wordt vervangen door MB 229.51
MB-vrijgave 229.51 Eisen als bij 229.5 echter as-arm, wordt vervangen door MB 229.52
MB-vrijgave 229.52Verhoogde eisen aan de oxidatiestabiliteit en brandstofbesparing
MB-vriigave 226.5Gebaseerd op Renault RN0700
MB-vrijgave 226.51Gebaseerd op Renault RN0720
MB-vrijgave 229.6
MB-vrijgave 229.71
Basis ACEA A5/B5, niet achterwaarts compatibel, alleen voor geselecteerde motoren
Basis ACEA C5, niet achterwaarts compatibel, alleen voor geselecteerde motoren

 

Vrijgaven voor Opel-motoren

 

GM LL-A-025  Basis ACEA A3/B3, specificatie voor benzinemotoren, vervangbaar door GM Dexos2
GM LL-B-025Basis ACEA A3/B4, specificatie voor dieselmotoren, vervangbaar door GM Dexos2
GM Dexos 2  Basis ACEA C3, toepasbaar voor alle motoren vanaf modeljaar ´10

 

Vrijgaven voor Peugeot-motoren

 

PSA B71 2290  Basis ACEA C3 met de viscositeitsklasse 5W-30
PSA B71 2295Basis ACEA A2/B2 voor motoren voor modeljaar 1998, geen viscositeit gedefinieerd
PSA B71 2296  Basis ACEA A3/B4 met de viscositeitsklassen 0W-30, 0W-40, 5W-30 en 5W-40
PSA B71 2300Basis ACEA A3/B4 met de viscositeitsklasse xW-40, xW-50
PSA B71 2312Basis ACEA C2 met de viscositeitsklasse 0W-30

 

Vrijgaven voor Porsche-motoren

 

A 40 Basis ACEA A3 met de viscositeitsklassen 0W-40 en 5W-40, voor benzinemotoren vanaf 1994 
C 20Basis ACEA C5, komt overeen met VW 508 00/509 00, niet achterwaarts compatibel, alleen voor geselecteerde motoren
C 30Basis ACEA C3, komt overeen met VW 504 00/507 00

 

Vrijgaven voor Renault-motoren

 

RN 0700  Basis ACEA A3/B4, toegelaten voor alle Renault-benzinemotoren
RN 0710 Basis ACEA A3/B4, toegelaten voor alle Renault-dieselmotoren zonder roetfilter
RN 0720 Basis ACEA C4, toegelaten voor alle Renault-dieselmotoren met roetfilter vanaf modeljaar ´10

 

Vrijgaven voor VW-motoren

 

VW 500 00Multigrade olie met de viscositeitsklassen SAE 5W-X/10W-X, wordt vervangen door VW 501 01
VW 501 01Multigrade olie met de viscositeitsklassen SAE 5W-X/10W-X, wordt vervangen door VW 502 00
VW 502 00Multigrade olie voor hogere eisen
VW 503 00Longlife-specificatie voor benzinemotoren, basis ACEA A1, viscositeitsklassen 0W-30/5W-30
VW 503 01Longlife-specificatie voor hoog-geladen benzinemotoren, viscositeitsklasse 5W-30
VW 505 00Multigrade olie voor zuig- en turbodieselmotoren
VW 505 01Multigrade olie voor pomp-sproeier-motoren, basis ACEA B4, viscositeitsklasse 5W-40
VW 506 00Longlife-specificatie voor hoog-geladen dieselmotoren, viscositeitsklasse 0W-30
VW 506 01Longlife-specificatie voor pomp-sproeier-motoren
VW 504 00Specificatie voor benzinemotoren met en zonder Longlife-service, vervangt alle boven vermelde benzinespecificaties
VW 507 00Specificatie voor dieselmotoren met en zonder Longlife-service, vervangt alle boven vermelde dieselspecificaties
(uitzondering R5- en V10 TDI-motoren vóór week 22/06)
VW 508 00Longlife IV-specificatie voor benzinemotoren met en zonder Longlife-Service, is niet achterwaarts compatibel, viscositeitsklasse SAE 0W-20
VW 509 00Longlife IV-specificatie voor dieselmotoren met en zonder Longlife-Service, is niet achterwaarts compatibel, viscositeitsklasse 0W-20

Uitgaande van Europese autofabrikanten, zijn de voorgeschreven fabrikantspecificaties gebaseerd op de motorentests van de ACEA of die van de API. Om de goedkeuring van een fabrikant voor een bepaalde olie te verkrijgen, moeten in aanvulling op de respectievelijke ACEA-/API-testprocedure aan verdere motoronderzoeken en eisen worden voldaan. Een overzicht, welke specificaties van de fabrikant op de ACEA-/API-classificatie is gebaseerd, is in de volgende grafiek vermeld.

 

Vrijgaven voor MAN-motoren

 

M3275 SHPD-motorolie, verversingsinterval tot 60.000 km mogelijk
M3277SHPD-motorolie, verversingsinterval tot 80.000 km mogelijk
M3377Hogere eisen aan zuiverheid/afzettingen t.o.v. M3277, verversingsinterval volgens weergave
M3477 Gelijk als M3277 echter as-arm voor Euro 5-motoren met DPF
M3677  Euro 6-Motoren met DPF, verversingsinterval tot 120.000 km mogelijk

 

Vrijgaven voor Mercedes-Benz-motoren

 

MB-vrijgave 228.1Basis ACEA E2 + verdere motorentests
MB-vrijgave 228.3Basis ACEA E7 + verdere motorentests
MB-vrijgave 228.5Basis ACEA E4 + verdere motorentests, verlengde verversingsinterval
MB-vrijgave 228.31Basis ACEA E9 + verdere motorentests, DPF geschikt
MB-vrijgave 228.51Basis ACEA E6 + verdere motorentests, DPF geschikt, verlengde verversingsinterval
MB-vrijgave 228.61Basis API FA-4 + verdere motorentests

 

Vrijgaven voor Renault-motoren

 

RD/RD-2 Basis ACEA E3 + Volvo VDS-2
RLD/RLD-2 Basis ACEA E7 + Volvo VDS-3
RLD-3 Basis ACEA E9 + Volvo VDS-4
RXD Basis ACEA E7 + Volvo VDS-3
RGD (Gas)Basis ACEA E6 + Volvo VDS-3 + TBN >8

 

Vrijgaven voor Scania-motoren

 

Scania LDF  Basis ACEA E5
Scania LDF-2Basis ACEA E7 vanaf Euro 4 toepasbaar
Scania LDF-3Basis ACEA E7 vanaf Euro 6 toepasbaar
Scania Low AshBasis ACEA E6/E9 (as-arm)

 

Vrijgaven voor Iveco-motoren

 

18-1804 FE Basis ACEA E4/E5 met TBN-gehalte >14 
18-1804 TLS E6Basis ACEA E6 met TBN-gehalte >13
18-1804 T2 E7Basis ACEA E7 met TBN-gehalte >14
18-1804 TLS E9 Basis ACEA E9 oder API CJ-4 
18-1804 TFEBasis ACEA E4/E7 met TBN-gehalte>16

 

Vrijgaven voor Volvo-motoren

 

Volvo VDS Basis API CD/CE, onderhoudsintervallen tot 50.000 km mogelijk
Volvo VDS-IIBasis ACEA E7, onderhoudsintervallen tot 60.000 km mogelijk
Volvo VDS-III     Basis ACEA E5, onderhoudsintervallen tot 100.000 km mogelijk
Volvo VDS-IVBasis API CJ-4, streekvervoer, as-arm

Bij motoren van motorfietsen zien de fabrikanten grotendeels af van hun eigen oliespecificaties en vertrouwen zij op de motortesten die volgens API of JASO zijn vastgesteld om de oliekwaliteit te bepalen. Naast het bepalen van de kwaliteit van de olie moeten bij motorfietsen, die zijn uitgerust met een in het oliebad lopende koppeling (natte koppeling), ook aan hogere eisen aan dem afschuifstabiliteit, het afbrandgedrag en vooral het wrijvingsgedrag worden voldaan. Of een olie aan deze eigenschappen voldoet, kan worden gevonden met behulp van de JASO-specificatie, die onder de vrijgaven vermeld moet zijn.

 

Vrijgaven voor motorfietsmotoren volgens JASO

 

JASO MA/MA-2 4-takt-motoren – hoog wrijvingscoëfficiënt voor motorfietsen met natte koppeling
JASO MB4-takt-motoren – geringe wrijvingscoëfficiënt voor motorfietsen zonder natte koppeling
JASO FB   2-takt-motoren – geringe reiniging, onvolledige verbranding
JASO FC 2-takt-motoren – hoge reiniging, bijna volledige verbranding
JASO FD2-takt-motoren – maximale reiniging, volledige verbranding

Om de probleemloze werking te waarborgen, hebben moderne transmissies een modern hoogwaardig smeermiddel nodig, die de transmissie tegen slijtage beschermt en tegelijkertijd het schakelgedrag ook niet negatief beïnvloedt. Het type en de hoeveelheid additief van een smeermiddel heeft een aanzienlijke invloed op verschillende parameters, zoals bijv. de schakelbaarheid, het verversingsinterval, het wrijvingsgedrag en de slijtagebescherming. Daarom is het van groot belang dat bij het vervangen van de transmissieolie de specificaties of vrijgaven, die door de fabrikant zijn gespecificeerd, nageleefd worden. Met steeds meer transmissietypes zijn ook de transmissieoliën ontwikkeld en aangepast. In dit geval wordt eerst grof onderscheid gemaakt in schakel- of as-transmissies, automatische-, dubbele koppeling en CVT-transmissies. Binnen deze bovenste groepen zijn er verschillende subgroepen, die allemaal een speciaal smeermiddel vereisen dat overeenkomt met het bouwtype en de toepassing. Opmerking: Er is geen uniforme basis voor transmissie-oliën, waaraan de fabrikanten moeten voldoen (bijv. ACEA). Dit leidt tot een groot aantal speciale fabrikantvrijgaven.  

 

Voorbeelden:

 

Mercedes-Benz:

 

24 ATF-vrijgaven (MB-vrijgave 236.x)

21 (Hypoid-)transmissieolie-vrijgaven (MB-vrijgave 235.x)

Volkswagen:

14 ATF-vrijgaven (G 052 xxx, G055 xxx, G060 xxx)

15 (Hypoid-)transmissieolie-vrijgaven (G 052 xxx, G055 xxx, G060 xxx)

Om een grove verklaring te kunnen maken over de kwaliteit of kenmerken van een transmissieolie, heeft zich in de loop van decennia de classificatie volgens API bij schakel- en as-transmissies en volgens Dexron en Mercon voor automatische transmissies doorgezet. De fabrikanten hebben deze classificaties een lange periode gebruikt. Nadat de transmissies echter steeds complexer werden, was deze classificatie niet meer voldoende. De viscositeit van de schakel- en as-transmissies wordt, net als motoroliën ook, volgens SAE geclassificeerd. De viscositeit van de automatische transmissieoliën, zogenaamde ATF-oliën (Automatic Transmission Fluid) is niet volgens SAE geclassificeerd, aangezien de viscositeit onderdeel is van de vrijgave van de desbetreffende fabrikant.

 

9.1.1 API (schakel- of as-transmissieoliën)

 

GL 1

Gering belaste kegelwiel- of wormtransmissie

GL 2

Wormtransmissie (niet in wegvoertuigen)

GL 3Schakeltransmissie (Oldtimer)
GL 4Schakeltransmissie, hypoid-transmissie indien toegelaten
GL 5Hypoid-transmissie, schakeltransmissie indien toegelaten

 

9.1.2 GM Dexron (automatische transmissie)